Artikelen

ARTIKELEN DOOR ELLY DEN HERDER-MICHIELSEN
Onderstaande artikelen schreef ik voor het Christelijk Weekblad.
1. Emoties? Daar praten we niet over.
2. Tot hier en niet verder; conflicten spelen zich op de grens af.
3. Lijdt onze maatschappij aan een obsessieve stoornis?
4. Uitstellen is niet zo onschuldig als het lijkt.
5. Zag je het niet aankomen? Over pastoraat na suïcide.
6. Je begrijpt me niet; over het analyseren van communicatieproblemen.
7. Verschillen mogen er zijn; verschillen tussen kerken psychologisch verklaarbaar.
8. Hoe kom ik over? over het imago van de kerk.
9. Kerst-stress

ARTIKEL 1
EMOTIES? DAAR PRATEN WE NIET OVER…

door Elly den Herder-Michielsen

Omgaan met emoties. Het staat meestal niet op het rooster van basisscholen of middelbare scholen. Ook in de opvoeding wordt er niet altijd bewust bij stilgestaan. Wordt er in kerken trouwens wel eens aandacht aan dit onderwerp besteed? Toch is omgaan met emoties van groot belang voor onze geestelijke gezondheid.

Bij baby’s en jonge kinderen is duidelijk te zien welke emoties ze ervaren. Vrijuit geven ze daar uiting aan door hard te huilen, boos te schreeuwen of te meppen, zich angstig achter hun ouders te verschuilen of uitbundig te schaterlachen. Het woord emotie komt van het latijnse woord movere, dat ‘bewegen’ betekent. Emoties zijn prikkels die ons in beweging zetten.  Een emotie zet aan tot actie. Om te vechten of te vluchten. Te lachen of te huilen. Te slaan of te omhelzen.

Basisemoties

Er wordt wel onderscheid gemaakt tussen vier basisemoties. Angst, Woede, Verdriet en Blijdschap.  Deze primaire emoties zijn bij jonge kinderen duidelijk te herkennen.  Maar hoe kan het dat zo’n dertig jaar later, als die zelfde kinderen volwassen mensen zijn we hier bijna niets meer van terugzien?

,,Ik ben nooit boos”, zegt een vrouw over haar ongelukkige kindertijd. ,,Ik neem mijn ouders niets kwalijk. Ze kunnen er niets aan doen.”  Zelf lijdt ze aan hevige migraine-aanvallen.

,,Nee hoor, ik ben helemaal niet teleurgesteld”, zegt de kandidaat nadat de hoofdprijs van duizenden euro’s aan zijn neus zijn is voorbijgegaan, ,,Dat hoort erbij.” De volgende dag is hij niet te genieten en scheldt zijn kinderen uit als die hem voor de voeten lopen.

,,Ik bang?”, zegt de stoere werknemer van een bedrijf waar massa-ontslagen dreigen. ,,Nee hoor, we zien wel wat er gebeurt.” Hij gebruikt wel regelmatig slaappillen.

Buikpijn

Wie nooit de taal van emoties heeft leren spreken, kan gevoelens niet herkennen. Want waar geen taal voor is, dat bestaat niet en wordt een blinde vlek. Hoe kun je deze taal leren? Als het goed is, begint dat in de opvoeding. Kinderen zeggen vaak dat ze ‘buikpijn’ hebben. Als ouders goed doorvragen, blijkt soms dat er de volgende dag een proefwerk of spreekbeurt op het programma staat. ,,Ben je soms zenuwachtig voor je proefwerk? En heb je daarom kramp in je buik?” Op deze manier leert het kind verband te leggen tussen een lichamelijke klacht en een gevoel. Wie dat niet leert, blijft ook als volwassene zeggen: ,,Ik heb buikpijn.” Veel psychosomatische  ziekten kunnen op deze manier verklaard worden.

Natuurlijk is het niet altijd zo simpel. Een kind kan ook een blindedarmontsteking hebben die de buikpijn veroorzaakt. Signalen van het lichaam kunnen verwijzen naar onbegrepen emoties maar ook naar een lichamelijke kwaal.

Gezonde en ongezonde emoties

Het leren benoemen van een emotie is een belangrijke eerste stap. Onderscheid maken tussen gezonde en ongezonde emoties is de volgende stap. Ik beschrijf dat aan de hand van de drie negatieve basisemoties.

Angst treedt op als er gevaar dreigt Er gebeurt van alles in je lichaam. Je bloeddruk stijgt, je spieren spannen zich, je gaat sneller ademen, je hart gaat sneller kloppen… waarom? Om je in staat te stellen heel hard weg te rennen voor het gevaar. Angst is een waarschuwings-signaal. Oppassen, wegwezen !! Heel functioneel als er echt gevaar dreigt, bijvoorbeeld als je iemand je bedreigt. Maar angst kan ook belemmeren. Studenten met faalangst ervaren dat als ze een tentamen maken.  Als dán je bloeddruk stijgt, je spieren zich spannen en je hart sneller gaat kloppen, belemmert het je om goed na te denken. Angst die doorslaat in paniek of in een fobie is ook niet echt handig. Want dan ga je situaties of voorwerpen vermijden die helemaal niet gevaarlijk zijn. En door iets te vermijden wordt je angst steeds groter en dat brengt je uiteindelijk in een isolement.

Verdriet treedt op na een verlieservaring. Bij voorbeeld door het overlijden van iemand van wie je houdt, maar ook na een echtscheiding of na het verlies van een baan of van gezondheid. Deze emotie helpt om het gemis te voelen en te verwerken. Van daaruit kun je je aanpassen aan het verlies en proberen om je leven opnieuw in te richten.  Het wordt ongezond als verdriet verandert in depressie of in wanhoop.Want dan gaan mensen zich isoleren. Alles komt stil te staan. Ze bouwen hun leven niet op.

Woede is iets waar sommigen moeite mee hebben. Toch is ook boosheid een gezonde emotie, die een functie heeft. Woede is een waarschuwingssignaal, dat er iets gebeurt wat jij niet wilt, bijvoorbeeld als er iemand over je grenzen gaat.

Als iemand je slecht behandelt of geen rekening met je houdt, dan is het passend om boos te worden. Die prikkel zet je in beweging zodat je grenzen kunt stellen aan het gedrag van de ander.

Woede wordt ongepast als het ontaardt in agressie en lichamelijk geweld.

Het is dus belangrijk om goed naar de emotie te luisteren en er op de juiste manier mee om te gaan. Door je eigen gedachten te sturen is het mogelijk om daar richting aan te geven. Maar dit kan alleen als je je bewust bent van die eerste primaire emotie, als die zich aandient.

Schaamte

Soms hoor je iemand zeggen: ik ben nooit boos. Sommigen voelen hun boosheid inderdaad niet. De oorzaak kan zijn dat je als kind niet boos mocht zijn. Of dat het niet uitmaakte als je boos werd: er werd toch geen rekening met je gehouden.  In sommige gezinnen wordt het openlijk tonen van emoties bestraft of belachelijk gemaakt. ‘Stel je niet aan’. ,Lach niet zo raar’. ,Doe niet zo zielig’.

Gevolg hiervan kan zijn dat er een nieuwe ‘emotie’  optreedt. Schaamte. We schamen ons meestal voor iets wat er niet mag zijn of voor wat een ander niet mag zien.

In extreme gevallen gaan mensen zich schamen voor hun echte zelf. Ze bouwen liever een onecht zelf op, waarvoor ze zich niet voor hoeven schamen.  Een superpersoonlijkheid die nooit bang is, nooit teleurgesteld is en ook geen verdriet of woede kent. Onkwetsbaar.

De prijs die daarvoor betaald wordt is: isolement. Want hoe kun je vanuit een ‘onecht zelf ‘ contact hebben met anderen? Hoe kan een ander jou leren kennen als je een masker op hebt?

Isolement is een bekende risicofactor voor psychische stoornissen en zelfs voor suicide. Het tegenovergestelde hiervan, verbondenheid, is een genezende factor voor kwetsbare mensen.

De kerk zou bij uitstek de plaats kunnen zijn waar waar mensen zich mogen laten zien zoals ze echt zijn inclusief hun angsten en kwetsbaarheid.  Hoe meer dit het geval is, hoe meer de kerk mensen zal aantrekken, want in wezen snakt iedereen naar wezenlijke verbondenheid met anderen.

Dat zien we ook bij de oudere generatie die de oorlog heeft meegemaakt. Nu 65 jaar geleden maar de emoties zitten nog vlak onder de oppervlakte. Hoe minder men erover gepraat heeft, hoe meer de emotie zich aandient.

ARTIKEL 2

Conflicten spelen zich vaak op de grens af

,,TOT HIER EN NIET VERDER!”

door Elly den Herder-Michielsen

,,Als jij het nog één keer waagt om….” ,,De maat is nu écht vol !” ,,Waar haal jij het lef vandaan… !”  Al zappend ben ik in het televisieprogramma ‘De Rijdende Rechter’ beland.  In een gewone Nederlandse straat staan de bewoners van twee rijtjeshuizen woedend tegenover elkaar. ,,Wat is hier gebeurd?”, vraag ik me af. ,,Waarover winden deze mensen zich zo op ?” Enigszins sensatiebelust blijf ik kijken. Maar de oorzaak van alle opwinding valt tegen: de schutting van de één staat tien centimeter te ver op het erf van de ander.

Het programma met de populaire rechter toont steeds andere variaties op het zelfde thema. Want of het nu om de schutting, de overhangende boom of de te harde televisie gaat, de onderliggende basisvraag is altijd: waar ligt de grens. Veel conflicten hebben betrekking op grenzen. Grenzen tussen landen, tussen religies, tussen kerken, tussen mensen. Het is kennelijk erg moeilijk voor veel mensen om zich binnen de gestelde grenzen te bewegen. Hoe komt dat toch?Mensen verschillen van elkaar, en dat geldt ook voor de grenzen die ze hebben. De een zoekt graag grenzen op en gaat er het liefst nog overheen, de ander trekt zich terug en past zich aan totdat ook bij hem de grens bereikt is.  Bij de een liggen de grenzen dus ruimer dan bij de ander. Dat heeft te maken met  verschillen in aanleg, karakter, levensgeschiedenis en persoonlijke omstandigheden. Maar hoe verschillend mensen ook zijn, iedereen heeft grenzen en als die overschreden worden is de (gezonde) reactie: woede.

Nee zeggen

Het is dan ook belangrijk om te weten waar de grenzen liggen, zowel bij je zelf als bij de ander en die te respecteren. Dat klinkt eenvoudiger dan het is. Want om je eigen grenzen te kennen, moet je jezelf kennen en accepteren. Vervolgens is het de kunst om duidelijk te maken hoe ver een ander mag gaan. In de praktijk betekent dat regelmatig ‘nee’ zeggen.  En dat heeft niet iedereen geleerd. Hoe ging dat vroeger? Mocht je als kind jezelf zijn? Was er respect voor jouw eigenheid, jouw grenzen? Zowel psychisch als fysiek?Wie als kind niet werd gerespecteerd, heeft het als volwassene vaak moeilijk om voor zichzelf op te komen.

Sommige mensen laten altijd met zich sollen. Anderen kiezen steeds voor een partner die hen na verloop van tijd gaat domineren.Een klassiek voorbeeld is de kwetsbare vrouw die valt voor de stoere man. In het begin van de relatie is hij hoffelijk, complimenteus en (over-)beschermend.  In feite is dit ook al grens-overschrijdend gedrag. Een gezond functionerend persoon zal bij té veel betrokkenheid en bescherming aanvoelen: ,,Dit gaat te ver.“Geleidelijk kan zulk gedrag omslaan. Complimenten veranderen in kritiek, aandacht in bemoeizucht en bescherming wordt controle.Als er niet alleen psychologische grenzen maar ook fysieke grenzen worden overschreden kan de aanvankelijke ‘liefde’ ontaarden in mishandeling.

Verlengstuk

Hoe kan het zo ver komen? Het probleem in het hierboven beschreven geval is niet alleen dat deze man zijn partner als een verlengstuk van zichzelf beschouwt. Onderdeel van het probleem is ook het negatieve zelfbeeld van de vrouw die denkt:  ,,ik ben minder belangrijk dan hij.”  Zo houden twee mensen samen een ongezond systeem in stand.Niet alleen in relaties, ook in  andere verbanden zoals werkgever/werknemer relaties en religieuze gemeenschappen komt dit patroon voor.

Religieuze sektes trekken vaak gewonde mensen aan die op zoek zijn naar geborgenheid en liefde. Aanvankelijk wordt aan deze behoefte voldaan. De religieuze gemeenschap lijkt een warm bad totdat de liefdevolle aandacht geleidelijk overgaat in voorschrijven, dwingen en manipuleren. Dan blijkt dat mensen niet worden gerespecteerd, maar als ‘eigendom’ van de sekteleider worden beschouwd. Waar ligt de grens nu eigenlijk en wie is daar verantwoordelijk voor ? Fysieke grenzen zijn duidelijk aanwijsbaar. De erfgrens, de muren, maar ook de eigen huid. Elke handeling die de lichamelijk integriteit aantast is verkeerd. Zowel slaan als een te intieme aanraking vallen onder die noemer.  Als iemand te ver gaat, is het je verantwoordelijkheid om in te grijpen. Want het gevaar bestaat dat de ander steeds een stapje verder gaat. Psychologische grenzen zijn minder tastbaar maar net zo concreet. Ook psychisch heeft ieder mens een eigen territorium waar een ander niet ongevraagd mag komen. Kernbegrip daarin is de eigen keuzevrijheid.

Gebed

In  het CW van 29 oktober 2010 schreef Annette Bouwhuis over een vraag naar de rol van gebed in een psychologische behandeling. Ook deze vraag heeft betrekking op grenzen. Professioneel handelen kenmerkt zich door afbakening in tijd, plaats en doel. Bij de buurvrouw kun je wellicht urenlang zitten praten en misschien wil ze ook nog wel voor je bidden. Een gesprek bij een psycholoog duurt drie kwartier en vindt plaats binnen de kaders van de hulpvraag van de cliënt en de deskundigheid van de psycholoog. Ik ben het met Bouwhuis eens dat een psycholoog tijdens een psychologisch consult niet voor of ‘namens’ de patient moet bidden.

Wie over de grenzen van zijn vakgebied heen gaat lijdt aan zelfoverschatting. Dat geldt ook voor de evangelische voorganger, die iemand ‘verbiedt’ om naar een psycholoog te gaan, de predikant die zijn gemeenteleden een stemadvies geeft en de aardrijkskundedocent die zijn studenten psychologische hulp aanbiedt. Overal waar grenzen vervagen dreigt het gevaar dat de één macht over de ander krijgt.

De verantwoordelijkheid ligt aan twee kanten. We helpen elkaar helemaal niet door alles maar te laten gebeuren. Integendeel, je bewijst jezelf en ook de ander een dienst als je je grenzen aangeeft. Zo bescherm je niet alleen jezelf maar ook de ander tegen onrechtmatige handelingen. Dat heet assertiviteit. Opkomen voor het recht.

Gouden regel

Het wezenlijke probleem bij de Rijdende Rechter is niet zozeer de schutting als wel de achteloosheid waarmee de een over de grenzen van een ander is gegaan. ,,Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.”  Deze ‘gouden regel’ legt de nadruk op wat je vooral niet moet doen. Aanwijzingen hoe wel te handelen zijn bijvoorbeeld te vinden in  I Corinthe 13, het bekende hoofdstuk van Paulus over de liefde. God is  liefde (I Joh.4:16) en daarom zegt dit gedeelte veel over hoe onze Schepper met ons omgaat. Behoedzaam, teder en liefdevol. Zo mogen we ook met elkaar leren omgaan. In liefde, helder inzicht en alle fijngevoeligheid om te onderscheiden waarop het aankomt. (Filippenzen 1:10)

 

ARTIKEL 3

Lijdt onze maatschappij aan een psychische stoornis?

Obsessieve maatregelen schieten hun doel voorbij

door Elly den Herder – Michielsen

Ik ben op bezoek bij mijn oude oom die vanwege de ziekte van Alzheimer in een verpleeghuis is opgenomen. De televisie in de huiskamer staat aan. Niemand kijkt ernaar. Een tiental bewoners zit doelloos voor zich uit te staren. Er is nog één andere bezoekster. Omdat er geen verzorgsters of verpleegkundigen aanwezig zijn, beginnen we zelf alvast met het inschenken van koffie.

,,Ik moet naar het toilet”, zegt een mevrouw plotseling. ,,Kunt u me helpen, zuster?” Ik ga voor haar op zoek. In een zijkamer tref ik een jong verzorgstertje aan. Ze is druk aan het schrijven in een dik dossier. Verstoord kijkt ze op.  ,,Een mevrouw wil naar het toilet ”, meld ik.  Zuchtend legt ze haar pen neer. ,, Zo krijg ik mijn werk nooit af ”, zegt ze terwijl ze met me meeloopt.  ,,Maar dit ís toch uw werk?, vraag ik verbaasd.

,,Ik was bezig met een verslag”, legt de verzorgster uit als ze, inmiddels met mevrouw aan haar arm, weer langs loopt. ,,We moeten alles vastleggen. Ik kom bijna nergens anders meer aan toe.”   ,,Ja, dat heb ik gemerkt”, reageert de andere bezoekster. ,,Mijn moeder is vorige week gevallen. Het heeft een half uur geduurd voordat er iemand kwam om haar te helpen. ” ,,Misschien holden ze eerst naar haar dossier om op te schrijven dat mevrouw was gevallen,” opper ik.

Steeds eenzamer

We lachen erom. Maar niet van harte. Wat is hier aan de hand? Iets schriftelijk vastleggen lijkt belangrijker te zijn dan handelen. Over patiënten schrijven wordt meer gewaardeerd dan bij de patiënten zijn. De dossiers worden steeds dikker, de vergaderingen steeds langer en de mensen om wie het gaat steeds eenzamer. Dossiers, registratiesystemen, protocollen, indicatiestellingen, voorschriften en regels… Al die bureaucratie…Waar doet dit me toch aan denken? De hysterische manier waarop ons land een jaar geleden werd voorbereid op een griepje…. De eindeloos herhaalde vraag ‘had dit voorkomen kunnen worden’ als er (toch) iets mis gaat.

Overdreven gewetensvol

Als ik weer thuis ben na het niet erg opwekkende familiebezoekje, pak ik de DSM erbij (,,Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders”). Dit is een internationaal classificatiesysteem van psychiatrische aandoeningen. Na even bladeren lees ik:

,,preoccupatie met ordelijkheid, perfectionisme, beheersing van processen, ten koste van soepelheid, openheid en efficiëntie.”

Een lange lijst kenmerken volgt.  Zoals:  ,,druk bezig met details, regels, lijsten, ordening, organisatie of schema’s; dit gaat zo ver, dat het eigenlijke doel uit het oog verloren wordt.” ,,perfectionisme dat het afmaken van een taak bemoeilijkt.”  ,,overdreven gewetensvol…” ,, overmatig toegewijd aan werk en productiviteit.”

Wat hier wordt beschreven is de obsessieve-compulsieve persoonlijkheidsstoornis. In de DSM wordt onderscheid gemaakt tussen persoonlijkheidsstoornissen en andere stoornissen. Een persoonlijkheidsstoornis is een diepliggend en duurzaam patroon van reageren op alle terreinen van het leven. Een angststoornis kan op één bepaald gebied opduiken terwijl de persoon op andere gebieden wel goed functioneert.

Urenlang douchen

Zo bestaat er ook een obsessieve compulsieve (angst)stoornis. Deze  komt tot uiting in dwang-gedachten (obsessies) en in dwanghandelingen (compulsies). Hevige angst om onrein te zijn bijvoorbeeld wordt onderdrukt door steeds maar weer de handen te wassen of urenlang te douchen. De angst om controle te verliezen wordt bestreden door eindeloos te controleren, bijvoorbeeld of het licht wel uit is en de deur wel op slot zit. Dwanghandelingen staan niet in verhouding tot het werkelijke risico, ze kosten veel tijd en verstoren het normale dagelijkse leven. Waarom doet iemand het dan? Als je zou stoppen met de handelingen, dan laait de angst in alle hevigheid omhoog. De handelingen hebben dus puur als doel de eigen angst eronder te houden.

Terug naar de maatschappij. In de tijd van de dreiging van de mexicaanse griep hingen in alle openbare gebouwen voorschriften en protocollen. Goed handen wassen, zakdoek voor je mond houden, deurknoppen nauwelijks durven aanraken. Dagelijks kwamen in de journaalbeelden de grote inentingscampagnes voorbij en mocht de minister uitleggen hoe hij de grote ramp zou voorkomen. Was dit normale preventie of kwam dit in de buurt van smetvrees? (Of waren hier belangen van de farmaceutische industrie in het spel?).

De vraag is : leiden al deze maatregelen tot het gewenste doel? Is de gezondheidszorg effectiever geworden en het onderwijs beter? Vandaag lees ik in Trouw dat cliënten in de gezondheidszorg soms langs twaalf loketten moeten om alle indicaties te krijgen die ze nodig hebben om beter te worden. In dezelfde krant een artikel over het Middelbaar Beroepsonderwijs. Kwalificatiedossiers met lange rijen competenties zijn inmiddels belangrijker geworden dan het gewone vakmanschap. Leerlingen en leraren protesteren, ze willen met hun vak bezig zijn.

Angst en wantrouwen

We zien dus het tegenovergestelde gebeuren. Niet een leefbare, liefdevolle samenleving maar een door regels en protocollen gedomineerde wereld, waar mensen steeds minder tijd hebben voor elkaar en voor wat er werkelijk toe doet. Niet zo verwonderlijk, want de basis van alle regelzucht klopt niet. De onderliggende motivatie is niet liefde en vertrouwen maar angst en wantrouwen. In onze maatschappij bestaat de illusie dat we alles onder controle (moeten) hebben en elk risico moeten uitsluiten. De angst om de controle te verliezen bezweren we met steeds verder doorgeslagen maatregelen.

Muggenzifters

Ook in Jezus’ dagen zijn er obsessieve mensen met talloze wetten en regeltjes. De religieuze leiders passen de richtlijn om een tiende deel van je bezit aan God te geven zelfs toe op kruiden (munt, dille en komijn). Ook daarvan willen ze een tiende deel afsnijden. En uit angst dat ze een (onrein) mugje zouden kunnen inslikken, zeven ze hun wijn voordat ze ervan drinken. Echte muggenzifters dus! Bovendien leggen ze hierdoor zware lasten aan het volk op. Jezus is niet onder de indruk van hun ‘zorgvuldigheid’ ,Je zift de mug uit, maar ondertussen slikken jullie een groot onrein dier zoals een kameel zomaar in”, zegt Hij en verwijt hen dat ze het belangrijkste van de wet verwaarlozen: rechtvaardigheid, barmhartigheid en trouw. (Mattheus 23).

Waar is de kerk in onze dagen mee bezig? Net als iedereen óók met registratiesystemen, protocollen en richtlijnen?  Of met het wezenlijke aspect van geloof en vertrouwen: het volgen van de stem van God die uitleidt uit de bestaande systemen van angst en dwang …

Wij kunnen verschil uitmaken door niet mee te gaan in het obsessieve denken en in navolging van Jezus (als het nodig is) onzinnige regels te negeren en (desnoods) doorgeslagen wetten te overtreden.

ARTIKEL 4

Uitstellen is niet zo onschuldig als het lijkt

,,Morgen begin ik…”

door Elly den Herder-Michielsen

,,Eerst even mijn mail bekijken, dan ga ik daarna aan dat artikel werken….” Hoezo even? Beantwoorden van mails kost meer tijd dan je denkt. Voordat je het weet is er een uur voorbij en ben je dringend aan koffie toe. Krant erbij en ongemerkt ben je alweer een uur verder. ,,Wat jammer, de ochtend is al bijna om. Dat artikel wordt vandaag niets meer. Weet je wat?  Mórgen begin ik ….”

De meeste mensen schuiven lastige dingen graag voor zich uit. Het komt wel een andere keer… Maar wanneer dan? Soms wordt uitstellen een chronisch patroon. Die andere keer komt nooit. Studenten lopen daar keihard tegen aan, want uitstellen kost soms hele studiejaren en dat betekent veel geld. Sommigen studeren nooit af. Die laatste scriptie, daar komen ze maar niet aan toe.

Innerlijk conflict

Uitstellen betekent: ‘verplaatsen naar morgen wat je vandaag moet doen’. Het lijkt onschuldig maar dat is het niet. Uitstellen weerspiegelt een innerlijk conflict. Je wilt het ene maar  doet het andere. Je bent van plan om de belastingaangifte te doen maar in plaats daarvan ga je het hele huis schoonmaken. Je moet nodig de tandarts bellen voor een afspraak, maar schuift dat al weken voor je uit.

Uitstellen is vermijdingsgedrag. Terwijl je het ene doet ben je op de vlucht voor het andere. Dat is aan de buitenkant niet te zien. Het kan er zelfs nuttig uitzien waar je mee bezig bent. Maar als je niet doet wat je echt wilt doen, betaal je daarvoor een prijs. Innerlijke onrust, schuldgevoelens en uiteindelijk het niet behalen van je doelen en het niet komen tot je eigen bestemming.

Het is een bekend psychologisch gegeven is dat we vooral gedrag vertonen dat ons iets oplevert. Wat levert uitstelgedrag op ? Tijdelijke opluchting. Het hoeft nog even niet. Deze ‘beloning’ is gemakkelijker te verkrijgen dan het verder weg gelegen doel. Helaas is de tijdelijke rust geen echte rust. Je kunt er niet van genieten omdat je diep van binnen weet dat je iets anders had willen doen. Het woordje ‘eigenlijk’ is typerend voor mensen die uitstellen ,,Eigenlijk moet ik …”

Waarom doe je dit dan niet? Wie eerlijk zijn eigen motieven onderzoekt komt een basisemotie tegen die achter veel irrationeel gedrag schuilgaat. De emotie angst.  Bij uitstelgedrag kunnen twee vormen van angst een rol spelen. Ik neem twee (denkbeeldige) studenten uit mijn trainingsgroep als voorbeeld.

Ego-angst

Iedere keer als haar eindscriptie ter sprake komt, wordt Angelique zichtbaar angstig. Gewoon beginnen. Dat advies werkt bij haar niet. Het lijkt wel alsof ze verlamd raakt zodra ze aan haar scriptie denkt. ,Waar ben zo je bang voor?” Bij die vraag denkt ze lang na. ,,Stel je voor dat het een slechte scriptie wordt? Dan val ik door de mand. Iedereen ziet dat ik mijn studie niet aankan en dus niets voorstel”.

Voor de mens, die zijn eigenwaarde verbindt aan zijn prestaties is de gedachte aan falen zeer bedreigend. Dat kan een reden zijn om de taak te vermijden. Zo houd je de illusie in stand dat je het wel zou kunnen, als je maar je best deed. Deze studenten doen liever te weinig dan te veel, want, zo redeneren ze,  als ik me volledig inzet en het lukt dan nog niet, dan is dat het ultieme bewijs dat ik waardeloos ben.

Ongemak-angst

Hoewel Onno hetzelfde (uitstel)gedrag vertoont als Angelique  herkent hij niets in haar manier van denken. Waardeloos? Hij niet. Hij overschat zichzelf eerder. ,,Natuurlijk kan ik het, maar ik vind het frustrerend om me met mijn scriptie bezig te houden.”, zo verklaart hij zijn gedrag. ,,Ik heb er vaak geen zin in dus ga ik wat leukers doen.” Iedere keer als hij aan zijn scriptie wil gaan werken vertelt hij zichzelf dat het nu niet het juiste moment is. Onder het gedrag van Onno ligt een andere angst: Angst voor ongemak.  De mens die denkt dat hij moeite niet kan verdragen, kiest voor de gemakkelijkste weg en haalt zijn doelen niet.

Angelique stelt hoge eisen aan zichzelf en is op de vlucht voor mogelijk falen. Onno stelt eisen aan het leven en is op de vlucht voor ongemak.

Beide vormen van angst zijn destructief en weerhouden jongeren   ervan hun doel te bereiken. In bijbelse termen kun je dit ‘zonde’ noemen: het missen van je doel. Als Onno en Angelique hun manier van denken niet veranderen, zullen hun talenten en mogelijkheden verloren gaan. Wat zonde!

Planning

Universiteiten en hogescholen bieden tegenwoordig vaak uitstelreductietrainingen aan. Zo’n training heeft twee onderdelen: planningen maken en gedachten onderzoeken.

Met een planning deel je het einddoel op in subdoelen die je afzet tegen een tijdlijn. Dus niet: over drie maanden moet ik de hele  scriptie af hebben. Maar: vandaag schrijf ik drie pagina’s van hoofdstuk 1. Het hebben van een overzichtelijk en duidelijk doel verhoogt de motivatie.

Het bewust worden en ter discussie stellen van de eigen gedachten is belangrijk om ook werkelijk aan de slag te gaan.  Klopt het wat ik denk? Kan ik er echt niet tegen? Valt mijn eigenwaarde echt samen met mijn prestatie?

In de studententijd heeft uitstellen zichtbare gevolgen. Later in het leven kan uitstellen belemmerend werken zonder dat dit opvalt. Als je altijd druk bezig bent in de kerk of in een drukke baan ziet niemand dat je dat misschien wel doet om de verantwoordelijkheid in je eigen gezin te ontlopen. Je kunt keihard werken zonder te doen wat je echt wilt doen en wat niemand anders dan jij kan doen. Het harde werken is in feite vermijdingsgedrag.

Parel

Zelfinzicht is belangrijk om je eigen motieven te onderscheiden. Het leven van Jezus kan hierbij een inspiratiebron zijn. Hij koos ervoor om zijn eigen roeping te volgen. Niet meer en niet minder. Tegen iemand die heel druk bezig was zei Hij: ,,Je maakt je bezorgd en druk om vele dingen, maar weinig zijn nodig of slechts een.” Een belangrijke opdracht in het leven is het ontdekken van die ene kostbare parel. Wat wil ik? En vervolgens is het belangrijk een plan te maken. Want een doel bereik je stap voor stap. Soms moet je daarbij dwars tegen je angsten ingaan. De bijbel staat vol verhalen over mensen die op weg gaan ondanks hun angst. Hoe durven ze? Zij hebben Iemand horen zeggen: ,,Vrees niet want ik ben met je.”

ARTIKEL 5

pastoraat na suïcide

‘Zag je het niet aankomen?’

door Elly den Herder-Michielsen

,,Heb je het zien aankomen?” ,,Als ik jou was zou ik me afvragen: had ik dit nou niet kunnen voorkomen?”

Deze opmerkingen heb ik vaak gehoord in die eerste, bittere, moeilijke maanden nadat een van mijn liefste vriendinnen een einde aan haar leven had gemaakt. Opmerkingen die me woedend maakten maar waar ik met een onverschillige glimlach op reageerde. Want ik wilde me niet laten kennen. Uit angst voor dit soort reacties trok ik me tijdelijk terug. Het maakte dat ik al te meelevend uit hun ogen kijkende kennissen probeerde te ontlopen. Niet iedereen had overigens commentaar. Er waren ook bekenden die helemaal niets zeiden en maanden lang onzichtbaar waren. Ook dat kwetste me.  Eigenlijk kon niemand het goed doen. Je bent zo gewond als nabestaande van een suïcide. Zo gekwetst en zo kwetsbaar, dat het lijkt alsof je geen huid hebt. Alles komt binnen, alles doet pijn.

Hoe moet het dan? Hoe ga je om met mensen in rouw? Meer specifiek: met mensen die in rouw zijn na een suicide? Een belangrijke vraag, want bijna iedereen kent wel iemand die dit heeft meegemaakt. In Nederland zijn er elk jaar zo’n 1500 mensen die zelf een einde aan hun leven maken. (in 2007 is dit aantal voor het eerst sinds jaren gedaald naar 1353). Als je er vanuit gaat dat ieder mens minstens zeven familieleden en / of vrienden heeft, dan betekent dit dat er jaarlijks  zo’n 10.000 nabestaanden bijkomen die door deze moeilijke rouw heen moeten.

Rouw is altijd moeilijk, maar rouw na een zelfdoding heeft pijnpunten waardoor nabestaanden extra kwetsbaar zijn.

In de eerste plaats is dat de gedachte dat je iets had moeten doen om de zelfdoding te voorkomen. Veel nabestaanden denken dat zij iets gedaan of nagelaten hebben waardoor het zo uit de hand is gelopen !  Deze gedachte leidt tot schuldgevoel, vergelijkbaar met wat in de psychologie bekend staat als ‘survivors guilt’. Een schuldgevoel dat mensen ervaren als ze een ramp hebben overleefd waarbij anderen zijn  omgekomen.

In de tweede plaats is dat een gevoel van afwijzing. Het is heel moeilijk te beseffen dat iemand die je zo na staat en met wie jij dacht een goede band te hebben buiten jou om zo’n ingrijpende stap heeft gedaan. Je voelt je afgewezen en in de steek gelaten.

Bovendien bestaat er in sommige christelijke kringen twijfel over de eeuwige bestemming van de overledene.

Op zoek naar troost en herkenning ging ik op zoek naar boeken over suïcide. Maar al lezende viel me op dat over de hoofden van de overledenen heen vaak de nabestaande wordt aangesproken op zijn verantwoordelijkheid. En ik las: schuld. Als ik nu maar dit had gezegd of dat niet had gedaan, dan was dit nooit gebeurd !! Het ene na het andere boek klapte ik woedend dicht. Wat gebeurde er met me? Waarom was ik zo overgevoelig?

Het heeft me gemotiveerd om zelf een boek over dit onderwerp te schrijven. Daarvoor heb ik een aantal nabestaanden geïnterviewd, ging op zoek naar psychologische, sociologische en medische verklaringen en onderzocht wat de bijbel over suïcide zegt en wat de kerk daar in de loop van de geschiedenis mee gedaan heeft.

Geleidelijk begon ik te ontdekken dat schuldgevoel niet het zelfde is als schuldig zijn. Schuldgevoel is zoals het woord al zegt een gevoel, een emotie. Maar je bent niet verantwoordelijk voor de dood van een ander. Het is zelfs een grootheidsfantasie om je in te beelden dat jij die persoon had kunnen redden…!

Al schrijvende en verwerkende had ik inmiddels zoveel afstand tot het onderwerp dat ik onbewust een zelfde fout maakte als waar ik zelf in het begin zo gevoelig voor was. Ik sloot het laatste hoofdstuk van mijn boek af met het advies dat mensen met suïcidale neigingen tijdig hulp moeten inschakelen. Daarmee dus suggererend dat de suïcide  voorkomen had kunnen worden, als….Toen iemand me daar tijdens een lezing attent op maakte, schrok ik. Hoe kon ik zelf zo’n fout maken terwijl ik aan den lijve heb ervaren hoe dat voelt?  Het relativeert mijn eigen teleurstelling die ik in een aantal mensen heb ervaren. We maken allemaal fouten. En van fouten kun je leren.

Als ik terug denk aan die eerste rauwe en pijnlijke tijd van rouw zie ik drie soorten reacties.

Zij die tegenover je staan. De vragen die zij stellen, zijn geen echte vragen maar indirecte beschuldigingen. Ze roepen je ter verantwoording of komen met zelf bedachte verklaringen, waarin vaak ook beschuldigingen, soms naar de overledene zelf, doorklinken. Deze reacties zijn kwetsend.

Zij die afwezig zijn.  Sommigen reageren helemaal niet en negeren daarmee je verdriet. Zij zijn afwezig. Soms al op de begrafenis of crematie, maar in elk geval daarna.  Deze reacties zijn pijnlijk.

Zij die naast je staan. Gelukkig zijn er ook enkelingen die niet beschuldigen en niet verklaren. Ze zoeken je op. Zij zeggen niet zoveel, ze lopen met je mee, ze slaan een arm om je heen, ze luisteren, als het moet vele malen, naar je verhaal. Deze reacties zijn genezend.

Het genezende en troostende aspect zit meestal niet in woorden. Het is de aanwezigheid van iemand. De komst van een vriendin die heel ver weg woont en een hele dag bij je blijft. De zwijgende omhelzing. Het lieve fijngevoelige kaartje dat opeens in de brievenbus ligt.

Van andere nabestaanden hoorde ik hoe belangrijk praktische hulp kan zijn. Concrete voorstellen in plaats van de vage kreet ‘als je me nodig hebt, bel je me maar’. Trouw op bezoek komen en je niet laten afwijzen door de wisselende stemmingen van de nabestaanden.

Wat me is bijgebleven is de hunkering die je voelt om steeds weer je verhaal te vertellen aan iemand die niet veroordeelt. Wat is het  kostbaar als mensen luisteren zonder te oordelen.

Eigenlijk is de grootste fout die je kunt maken: niets doen uit angst dat je fouten maakt. Het beste advies is daarom: ga gewoon naar de ander toe en als je niet weet wat je moet doen of wat je moet zeggen, zeg dát dan gewoon. Luister naar het verhaal en bied waar mogelijk praktische hulp aan.

ARTIKEL 6

Communicatieproblemen analyseren

,,Je begrijpt me niet…”

door Elly den Herder-Michielsen

In pastorale gesprekken komt soms heel wat pijn naar voren. Verhalen over wat mensen hebben meegemaakt, soms over wat anderen hen hebben aangedaan. Wat kun je je gekwetst voelen door de woorden van een ander. Op je hart getrapt. Sommige woorden vergeet je nooit meer. Sommige uitspraken staan in je geheugen gegrift. Positief of negatief, wat iemand over je zegt kun je een leven lang met je meedragen. Woorden hebben blijkbaar kracht. Daarom is het belangrijk om daar zorgvuldig mee om te gaan. Fouten op dit gebied hebben grote gevolgen, soms jarenlange verwijdering tussen mensen. Jacobus waarschuwt in zijn brief de gelovigen niet voor niets dat ze hun tong in toom moeten houden. (Jacobus 1:26)

Maar wordt de pijn altijd alleen veroorzaakt door degene die spreekt? Het gebeurt wel eens dat je geen flauw idee hebt waarom iemand ineens gekwetst is. Wat heb je verkeerd gezegd? Je hebt het juist goed bedoeld !

Het kenmerk van een ruzie of verwijdering is dat beide partijen overtuigd zijn van het eigen gelijk. Ze hebben allebei een eigen visie op de werkelijkheid. De onuitputtelijke voorbeelden hiervan zijn wekelijks te zien in televisieprogramma’s als Het Familiediner of De Rijdende Rechter. Volkomen overtuigd vertelt iedereen een totaal ander verhaal.Wie heeft er nu gelijk? Wat is de waarheid?

Communiceren lijkt zo eenvoudig. Iedereen kan toch praten? De meeste mensen gaan ervan uit dat hun woorden bij de ander precies dat oproepen wat zij bedoelen. ,,Ik heb het toch duidelijk gezegd?!”  Maar zo eenvoudig is het niet. Vaak komen je woorden anders over dan je bedoelde. Met het psychologisch model van Schulz von Thun is het mogelijk te analyseren waar het fout gaat.  Dit model onderscheidt vier aspecten binnen de communicatie, die ik met het volgende voorbeeld introduceer.

Kwartier te laat

De kerkenraadsvergadering is al bezig als ouderling Bakker gehaast binnenkomt. ,,Goedenavond Bakker, je bent een kwartier te laat”, begroet de voorzitter hem, ,,we zijn maar vast begonnen.”  Wat gebeurt hier? Behalve het inhoudsaspect, de letterlijke inhoud van de zin, zijn er nog drie aspecten waarop gereageerd kan worden. Het expressieve aspect zegt iets over de spreker. De man spreekt Nederlands en kan klokkijken. Het relationele aspect zegt iets over de relatie tussen de voorzitter en de ouderling. Dit komt tot uiting in non-verbale taal. Klinkt het joviaal, humoristisch wat hij zegt? Of neerbuigend? Terechtwijzend? Ten slotte is er nog het appelerend aspect, de oproep die van een boodschap uitgaat. In dit geval zou dat kunnen zijn ‘de volgende keer kom je op tijd’.

Ouderling Bakker kiest onbewust op welk aspect hij reageert. De meeste misverstanden ontstaan op relationeel niveau. Hier zijn de meeste mensen erg gevoelig voor. De voorzitter kan zijn opmerking zakelijk of grappig bedoeld hebben, maar als Bakker zich terechtgewezen voelt, is er al een misverstand. Het is mogelijk dat de ouderling in de loop van de vergadering tegen bepaalde voorstellen van de voorzitter in zal gaan.

Vergaderingen duren soms veel langer dan nodig is als er onrust over de onderlinge verhoudingen is. De vergadering gaat dan niet over de agendapunten, maar over macht en invloed. Onder de oppervlakte spelen basisvragen als ,,Word ik wel gehoord?” ,,Hoor ik erbij?” ,,Hoe behandelt de voorzitter mij?” ,,Krijg ik even veel aandacht als die ander?”   Een groep kan alleen goed functioneren en met de taak bezig zijn als de leden zich veilig voelen, erkend en gewaardeerd. Dan gaat er geen energie verloren met het zoeken van erkenning en kan alle energie rechtstreeks naar de taak toegaan. Dan functioneren mensen zonder angst.

luisteren

In pastorale gesprekken is het belangrijk om te luisteren naar het verhaal. Wat zit er achter de feiten? Hoe voelt iemand zich? Wat is er op relatie-niveau gebeurd? Luisteren is genezend. Ook bij het uitpraten van ruzies of conflicten is de eerste stap naar een oplossing altijd luisteren. Niet je eigen verhaal vertellen en jezelf verdedigen maar probeer eens te kijken hoe de ander het ervaren heeft. Mensen komen vaak tot rust als er echt naar hen geluisterd wordt.

En daar gaat het al vaak mis. Luisteren is een kunst. Het betekent je eigen kader loslaten, je inleven in de belevingswereld van de ander, doorvragen, meedenken. Hoeveel gesprekken klappen er niet dicht, als na een vertrouwelijk verhaal de ander het overneemt. ,,Ja, dat heb ik ook meegemaakt….” en vervolgens aan het woord blijft. Hij heeft niet geluisterd maar alleen gewacht tot hij zelf zijn verhaal kon vertellen.

Communicatieprobleem

Veel problemen zijn in wezen communicatieproblemen.  In het groot of in het klein, communicatieproblemen zijn de oorzaak van de meeste conflicten en de pijn ligt bijna altijd op relatie niveau. Tussen landen, tussen kerken, tussen mensen, jong of oud. De oervraag is altijd: ,,Hoe behandel je mij? Hoor ik erbij? Word ik gehoord? Word ik gezien?’

Misverstanden, ruzies, conflicten en verwijdering… veel is terug te voeren tot Babel, de grote spraakverwarring. Om een probleem te kunnen oplossen, is het belangrijk om de diagnose te stellen. Wat is er nu precies aan de hand? Daarvoor moet je een stapje terugdoen. Dan gaat het niet langer over de vraag ‘wie heeft er gelijk’ maar over ‘wat is er misgegaan in de communicatie  waardoor wij zo tegenover elkaar zijn komen te staan of zo ver van elkaar verwijderd zijn geraakt?’

Luisteren is de belangrijkste voorwaarde om tot een oplossing te komen. Alleen als er geluisterd wordt, wordt de verbinding tot stand gebracht en komt er een basis om het probleem op te lossen.

Beter communiceren. Er zijn vaardigheden en technieken voor, er is een psychologisch model om te analyseren waar het misgaat.  Het blijft lapwerk als ontbreekt wat in de christelijke gemeente wezenlijk is. Liefde. Het tegenovergestelde van angst. De liefde zoekt zichzelf niet en is niet lichtgeraakt.  Alleen vanuit die liefde is het mogelijk om oprecht een stapje terug te doen, vragen stellen en te luisteren naar wat de ander bezighoudt. Om bekende woorden van Franciscus aan te halen: ,,Geef dat ik liever wil begrijpen dan begrepen wil worden”.

ARTIKEL 7

 verschillen tussen kerken ook psychologisch verklaarbaar

VERSCHILLEN MOGEN ER ZIJN

 ,, Ik zou dat héél anders aanpakken. Ik begrijp echt niet waarom hij het op deze manier doet. Nee, als het aan míj lag, dan was dit probleem al lang opgelost !!”

door Elly den Herder-Michielsen

Als mensen over anderen praten, nemen ze zichzelf vaak als norm en plaatsen zich boven de ander. Dit is niet altijd bevorderlijk voor de onderlinge relaties. Mensenkennis (én zelfkennis) is daarom belangrijk. Voor iedereen. Want of je nu buschauffeur bent of predikant, verkoper of maatschappelijk werker, we hebben allemaal dagelijks met mensen én met onszelf te maken. En iedereen is weer anders. Of lijken we in sommige opzichten toch op elkaar?

Jung

De bekende Zwitserse psychiater / psycholoog Jung (1875-1961) was de eerste die gemeenschappelijke lijnen in alle individuele reacties en gedragingen heeft beschreven. Zijn ‘psychologische typen’ zijn later uitgewerkt door Briggs en Myers-Briggs. De Nederlandse psychologe Wil Doornenbal heeft hierover een overzichtelijk boekje geschreven, dat ik als bron bij dit artikel gebruik. ,, Geloven zoals je bent; de invloed van je persoonlijke stijl op je verhouding tot God en anderen.” Uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer.

Jung onderscheidt twee houdingen (Introvert-Extravert en Planmatig – Spontaan) en twee functies (Zintuiglijk – Intuïtief en Rationeel – Gevoelsmatig) waarin mensen van elkaar kunnen verschillen.    Iedereen is anders.  Gelukkig maar. Zo kunnen we elkaar aanvullen. Helaas gebeurt het vaker dat we elkaar, juist door deze verschillen,  bekritiseren en veroordelen.

Klapstoelen

Introvert of extravert. Dit eerste verschil in houding dat Jung beschreven heeft is zeer bekend geworden. Voorbeeldje:   Een agendapunt op een kerkenraadsvergadering verhit de gemoederen. Komt er een extra kerkbank of gebruiken we losse klapstoelen? Extraverte Erik reageert onmiddellijk. Snel pratend brengt hij zijn gedachten onder woorden en laat zijn emoties duidelijk blijken. Die kerkbank moet er komen. Punt uit. Dat gedoe met losse klapstoeltjes veroorzaakt alleen maar chaos.

Introverte Ivo denkt eerst na voordat hij zijn mond opendoet. Hoe zal hij zijn mening formuleren? Eerst de tegenargumenten? Of eerst de voor-argumenten? Zijn conclusie is weloverwogen, daar heeft hij voordat de vergadering begon al over nagedacht. Klapstoelen natuurlijk. Dan is de kerkzaal flexibeler te gebruiken.

In onze maatschappij wordt de extravert vaak overgewaardeerd. Snel een mening formuleren, hardop denken, gemakkelijk in de omgang… Extraverte mensen doen het goed voor de camera. Toch is de ene houding niet beter dan de andere. In een goed team hebben we beide houdingen nodig. De zwakke kant van de extravert is dat de buitenwereld te belangrijk kan worden. De sterke kant die de introvert inbrengt bestaat uit onafhankelijkheid, diepgang en concentratievermogen.

Een overwegend introvert persoon heeft ook een extraverte kant in zich en andersom. Het verschil zit in de bron waaruit iemand zijn energie haalt. Bij de introvert is dat de binnenwereld en bij de extravert de buitenwereld. De kans is groot dat Erik energie haalt uit deze vergadering, terwijl Ivo juist energie haalt uit de tijd dat hij straks weer alleen is.

Pietje Precies

Het tweede verschil in houding betreft de manier waarop iemand met situaties omgaat: planmatig of spontaan. Opnieuw is de kerkenraadsvergadering een leuke mogelijkheid om dit te observeren. Planmatige Pieter bijvoorbeeld, vertelt iets namens de commissie van beheer. Hij heeft zijn verhaal goed voorbereid en kijkt af en toe op zijn blaadje met aantekeningen. Punt voor punt werkt hij zijn verslag af. Spontane Stefan daarentegen die iets over de werkgroep ‘Kind en school’ meldt, heeft niets opgeschreven. Hij ziet wel hoe het loopt en speelt in op de reacties van de anderen.

Stefan en Pieter zouden zich aan elkaar kunnen ergeren als ze samen een avond moeten voorbereiden.  ,,Wat slordig dat Stefan zich niet beter voorbereidt” en ,,wat saai en star is Pieter” zouden hun oordelen over elkaar kunnen zijn.

Lek dak

Hoe kijk je om je heen? Welke informatie vind je belangrijk? Ga je af op wat je hoort en ziet, dus op wat via je zintuigen binnenkomt of zie je vooral mogelijkheden ?

Zelf herinner ik me in dit verband de periode dat we een huis zochten. Toen we het vrijstaande huisje met daarachter de grote schuur zagen wist ik meteen dat dit óns huis moest worden. Terwijl een bevriende bouwkundige mompelde ,,lek dak, scheuren in de muur en asbest in het plafond” zag ik al helemaal voor me hoe we die oude schuur konden omtoveren tot een concertzaaltje.

Nu, jaren later, is dat inderdaad werkelijkheid geworden. Ik ging af op mijn intuïtie: ,,Wat kan dit worden?” Onze vriend ging af op zijn zintuigen. ,,Hier moet nog heel wat gebeuren.”. Het was allebei waar. Maar wat laat je het zwaarst wegen?

Ook bij het nemen van beslissingen gaan mensen verschillend te werk. De een zet alle voors en tegens op een rijtje en neemt een rationele, logische en objectieve beslissing. Wordt er iemand door dit besluit gekwetst, dan moet dat maar…. Een ander houdt juist veel rekening met de gevoelens van anderen en heeft er veel moeite mee om beslissingen te nemen die pijnlijke gevolgen hebben voor anderen. Gevolg hiervan kan zijn dat er onduidelijk gecommuniceerd wordt.

 Links schrijven

Je kunt je eigen psychologische voorkeurstijlen ontdekken door je af te vragen: wat gaat mij van nature het gemakkelijkst af ?  Enigszins vergelijkbaar met rechts of links schrijven. Iedereen heeft hierin een duidelijke voorkeur.  Met enige moeite kun je ook met je andere hand  schrijven. Alleen kost dat meer inspanning en levert het niet zo’n mooi resultaat op.

Niet alleen individuen, ook hele organisaties verschillen op deze  psychologische dimensies van elkaar. Laten we eens door de bril van Jung naar twee kerken kijken.

Veelkleurig

Evangelische gemeentes zijn vaak naar buiten gericht (extravert),  diensten verlopen niet altijd volgens het zelfde protocol (spontaan),  men ziet vaak nieuwe mogelijkheden (intuïtief) en beslissingen worden vaak op gevoelens gebaseerd. (gevoelsmatig).

Traditionele kerken zijn vaak meer naar binnen gericht (introvert),  de diensten verlopen volgens een strakke liturgie (planmatig), men vertrouwt meer op ervaring dan dat er oog is voor nieuwe mogelijkheden (zintuiglijk) en beslissingen worden op rationele overwegingen genomen (rationeel).

Het is heel begrijpelijk dat uiteenlopende persoonlijkheden zich in verschillende kerken thuis voelen. Het gaat mis als mensen of hele kerken denken dat hun eigen stijl ‘geestelijker’ is dan die van de ander. Als er al van ‘geestelijk’ gesproken mag worden, dan is dat toch: oog hebben voor de veelkleurigheid van de schepping, waarvan we allemaal onderdeel  zijn én het besef dat we elkaar nodig hebben

ARTIKEL 8
HOE KOM IK OVER? …>
De beerput is open. Al maanden lang komt het ene na het andere weerzinwekkende verhaal over kindermisbruik naar buiten. Wat zijn er vreselijke dingen gebeurd ! Wat is dit erg! Maar wat lees ik ook? Velen betreuren het ,,dat dit alles grote schade heeft toegebracht aan…. het imago van de kerk !” Alsof dát het ergste is !”

door Elly den Herder – Michielsen

Het lijkt erop dat de échte bezorgdheid niet uitgaat naar de slachtoffers maar naar het instituut kerk. Verantwoordelijke personen hebben jarenlang gezwegen en elkaar de hand boven het hoofd gehouden met het doel om dit machtige instituut te beschermen.
Tevergeefs, blijkt nu. Want het imago van de rooms-katholieke kerk heeft een behoorlijke deuk opgelopen. Veel ooit gerespecteerde leiders vallen van hun voetstuk. Het misbruik maar óók en misschien wel voorál hun (letterlijke) ‘schijn heiligheid’ roept overal verontwaardiging op.
Beelden
Beelden storten in. Het beeld dat we van kerkleiders hadden, het beeld dat we van de kerk hadden… Er blijft niet veel van over. Sommigen geven nu de media de schuld. Moet alles echt zo in de openbaarheid komen? Zo wordt het imago van de kerk aangetast !
Maar is dat eigenlijk wel zo erg? Gaat het om het beeld dat mensen van je hebben of gaat het om wie je écht bent?
Jezus nam het op voor de authentiek levende mens, of dat nu een hoer of een belastingambtenaar was. Hij keerde zich echter fel tegen huichachtige religieuzen, die Hij vergeleek met ‘wit gepleisterde graven, die er van buiten fraai uitzien maar van binnen vol onreinheden zijn’(Mattheus 23:27) .
Imago
Mensen met een goed en vroom ‘imago’ komen er bij Hem dus niet best van af. Maar mensen die hun hart volgen zonder zich af te vragen wat een ander van hen denkt, verdedigt hij. Zoals de vrouw (Lucas 7:36) die kostbare mirre over Hem uitgoot en hierdoor de verontwaardiging van anderen op zich laadde.
Het is in deze tijd vooral de Rooms Katholieke Kerk die te maken heeft met kritiek en een afbrokkelend imago. Er worden veel pogingen gedaan om het gezicht te redden. Maar hoe zijn de andere kerken bezig? Ook de PKN lijkt meer bezig te zijn met zichzelf dan met de bijbelse opdracht. De kerk is een bedrijf geworden met een afdeling communicatie en fonsenwerving, die veel tijd steekt in verbetering van het eigen imago.
Beeldvorming
Natuurlijk, de kerk staat midden in de wereld. En in onze maatschappij is beeldvorming nu eenmaal belangrijk. Steeds meer mensen volgen een mediatraining zodat ze deskundig en betrouwbaar overkomen. Daar is niets mis mee, als je inderdaad deskundig en betrouwbaar bént. Het schiet zijn doel voorbij als we alleen met de buitenkant bezig zijn en de inhoud verwaarlozen.

Zelfbeeld
Mensen die het heel erg belangrijk vinden wat een ander van hen denkt, hebben vaak geen goed zelfbeeld. Ze laten hun waarde afhangen van de mening van anderen. Wat een ander denkt is belangrijker dan wat ze zelf vinden.
Het zelfbeeld, de manier waarop je jezelf ziet, ontstaat uit de reacties van anderen. In de eerste plaats van de ouders. Wie als kind altijd werd weggestopt omdat de ouders het te druk met hun eigen carriëre hadden kan de conclusie trekken niet belangrijk te zijn. En wie alleen aandacht kreeg als hij hoge cijfers haalde, concludeert dat zijn waarde vooral in zijn prestaties ligt.
In de puberteit wordt het zelfbeeld vooral gekoppeld aan het lichaamsbeeld en aan de reacties van leeftijdgenoten. Hoe zie ik eruit? Hoe reageren anderen op me? Hoor ik er wel bij ? In deze levensfase is de mening van anderen een belangrijk thema. Maar het wordt een belemmering als dit ook in de volwassenheid zo blijft. De diepste motivatie is dan niet de eigen passie maar goedkeuring van anderen.
Wie zo leeft, raakt vervreemd van zichzelf en weet op den duur niet meer wat hij zelf wil. Wat een ander denkt is belangrijker geworden dan wat je zelf denkt. Iemand die goed functioneert in zijn werk kan nog steeds het beeld van zichzelf hebben als ‘gepeste jongen’, het ‘dikke meisje’ of ‘het kind dat niet op feestjes werd uitgenodigd’. Deze onzekerheid wordt vaak gecompenseerd door uiterlijkheden zoals een dure auto, overdreven veel aandacht voor kleding of voor prestaties.
Als je het te belangrijk gaat vinden hoe een ander over je denkt, dan ben je meer bezig met je imago dan met je eigen doelen. Wie alleen maar bezig is met hoe hij overkomt op anderen, leeft niet echt.
Zelfbeeld van de kerk
In de kerk spelen dezelfde principes. Wat voor zelfbeeld heb je als christen? Weet je wie je bent? Weet je wat je levensdoel is? Ook al staat er niemand te juichen en te klappen voor de beslissingen die je neemt? Zijn we als christen bezig met onze wezenlijke opdracht? Of met strategieeën om goed over te komen op anderen en onze positie veilig te stellen?
Op gebedskringen wordt wel eens gebeden dat ‘anderen aan ons kunnen zien dat Jezus in ons leeft’… Hoe vroom dit gebed ook klinkt, ook dit is een variatie op het thema ‘wat zullen de mensen van ons denken’. Gaat het daar om? Als anderen het maar zien? Of gaat het om de binnenkamer, het hart, het wezenlijke?
In het koninkrijk van God gelden andere wetten dan in onze maatschappij. Daar staat onze wereld op zijn kop. ,,Wat hoog is bij de mensen is een gruwel voor God.” (Lucas 16 :15)
Veel mensen die ongezien en onopgemerkt, ver buiten camera’s en schijnwerpers, vlakbij of ver weg, zich inzetten voor anderen zouden wel eens heel groot kunnen zijn in het Koninkrijk van God. Maar zij hebben geen tijd om zich druk te make nom hun imago. Zij hebben geen goedkeuring van anderen nodig. Ze weten wie ze zijn en wat ze willen.
De kerk zou er goed aan doen minder bezig te zijn met zaken als imago en de naamsbekendheid en meer haar kerntaken: geloofsverkondiging en omzien naar anderen. Met authentiek en oprecht leven dus, zonder angst wat anderen denken. Dan komt er ruimte voor bezinning, schuldbelijdenis en erkenning van fouten. Want dan hebben we niets te verliezen.

ARTIKEL 9
Kerst-stress

DECEMBERMAAND IS VAAK EEN TIJD VAN STRESS

Het is december ! Een maand vol gezelligheid en sfeer met als hoogtepunt het kerstfeest! Kaarslichtjes, kerstliederen, kerkdiensten, een kerstdiner… en als het even meezit: een wandeling door de sneeuw. Met de héle familie! Ik verheug me er al op!
Of toch niet?
Er is ook een andere kant.
,,Ik vind het moeilijk dat iedereen al wekenlang aan mij vraagt: wat doe jij met Kerst?”, zegt iemand ,,Wat moet ik antwoorden? Dat ik in mijn eentje voor de televisie zit?”
,,Ik voel me verscheurd omdat allerlei mensen van mij verwachten dat ik hen op de eerste plaats zet”, zegt een ander. ,,Mijn vader met zijn tweede vrouw. Mijn moeder, die alleen is. Maar ook onze drie volwassen kinderen willen met Kerst iets van ons”.
,,De hele familie komt logeren”, zegt een derde. ,, waar ik nu al wakker van lig is dat onze zoon en schoonzoon elkaar niet kunnen luchten of zien. Als er maar geen ruzie komt…!”
December is vaak een maand vol stress.
De term ‘stress’ is afkomstig uit de bouwwereld, waar ‘stress’ staat voor de druk die kan worden uitgeoefend op bruggen en viaducten zonder dat er schade ontstaat. Als een brug waar veel zwaar vrachtverkeer overheen rijdt niet sterk genoeg is, (de draaglast overschrijdt de draagkracht) kunnen er kleine scheurtjes ontstaan. Gaat de zware belasting te lang door, dan kan het gebeuren dat op een dag de brug ‘zomaar’ instort.
Dit beeld kun je overzetten naar de mens die ook een bepaalde draagkracht heeft. Stress staat dan voor de spanning die mensen ervaren als gevolg van bepaalde situaties. Werkstress bijvoorbeeld, die uiteindelijk tot een ‘burn-out’ kan leiden. Maar onderschat ook de kerst-stress niet, die kan leiden tot een ‘dip’ in januari.
Als externe spanningen (stressoren) de draagkracht van iemand te boven gaan kunnen er, net als in de brug, scheurtjes ontstaan. En als deze scheurtjes niet worden opgemerkt, kan ook een mens op een dag ‘zomaar’ instorten.
Hoe kun je die scheurtjes herkennen? Met andere woorden: welke signalen wijzen op een te grote belasting?
Lichamelijke signalen van spanning kunnen zijn: hoofdpijn, spierpijn, misselijkheid, gewrichtspijn, duizelingen, kortademigheid, maag-darmklachten, slaapproblemen of een gevoel van uitputting. Psychische signalen kunnen zijn: snel geïrriteerd raken, hyperactief zijn, rusteloosheid, verlies van belangstelling en een slechter concentratievermogen.
Als de draaglast weer in overeenstemming met de draagkracht is, zullen de symptomen geleidelijk weer verdwijnen.
Maar…de (draag)last heb je niet altijd voor het uitkiezen. Sommige dingen overkomen je nu eenmaal, sommige omstandigheden zijn gewoon zwaar !
Gelukkig is de mens meer dan een brug. Ook al hebben we niet altijd invloed op wat er gebeurt, we kunnen wel kiezen hoe we op gebeurtenissen reageren. Die reactie wordt namelijk bepaald door de manier waarop je denkt. En gedachten kun je sturen.
De Amerikaanse psycholoog Albert Ellis benadrukte het belang van ‘rationeel’ denken. Dit is niet hetzelfde als ‘positief denken’. Je kunt niet altijd blij zijn.
Het kan rationeel zijn om teleurgesteld te zijn, je verdrietig te voelen of een lichte spanning te ervaren. De grens ligt daar waar teleurstelling ontaardt in bitterheid, verdriet verandert in depressie en normale spanning omslaat in paniek.
Deze doorgeslagen gevoelens worden veroorzaakt door een irrationele manier van denken. Het belangrijkste kenmerk daarvan is dat er eisen worden gesteld.
Gedachten zijn vaak zo automatisch dat veel mensen zich niet eens bewust zijn dát ze denken. Alleen degene die eerlijk de eigen manier van denken onder de loep neemt, kan tot de ontdekking komen dat hij eisen stelt. Aan zichzelf, aan anderen of aan het leven.
Terug naar de kerstvoorbeelden. Achter de gedachte ‘als ze maar geen ruzie maken tijdens het kerstdiner’ kan een levensgrote eis
schuilgaan, namelijk: ‘het móet en zál gezellig zijn met Kerst’.
Andere eisen kunnen zijn:
,,Het diner moet perfect zijn”, ,,Er mag niets mislukken” ,,Ik mag niemand teleurstellen”, ,,Ik mag niet alleen zijn met Kerst” ,,Anderen mogen mij absoluut niet zielig vinden”.
Geen wonder dat de spanning hoog oploopt! Als goede verlangens (,,ik hoop dat het gezellig wordt”) veranderen in dwingende eisen (,,er mag niets misgaan !”) zetten we onszelf onder druk.
En daar ontstaat stress. Want stel je voor, dat het anders gaat ? Dat de broer en zwager elkaar in de haren vliegen onder de kerstboom? Dat sommige familieleden teleurgesteld zijn als je niet komt?
Perfectionistische mensen beschouwen dit als een ramp. Krampachtig doen ze er alles aan om de grote catastrophe te voorkomen en daarmee creëren ze nu juist veel spanning.
De meeste stress creëren we zelf door de manier waarop we over dingen denken. Zoals de Griekse wijsgeer Epictetus al zei: ,,het zijn niet de omstandigheden die mij overstuur maken, maar het zijn mijn eigen gedachten over de omstandigheden die dat doen.”
Is het echt zo’n ramp als de kalkoen aanbrandt of als er onenigheid ontstaat? Het accepteren van de realiteit en van je eigen grenzen kan veel rust geven. En paradoxaal, dat verhoogt nu juist weer de kans dat de kerstdagen ontspannen en dus gezelliger worden.
Het is belangrijk om jezelf te kennen en te weten wat je aankunt. De ene mens heeft een grotere draagkracht dan de ander.
Maar hoe sterk je ook bent, voor iedereen geldt dat er 24 uur in een etmaal zitten en zeven dagen in een week. Er zijn altijd grenzen. Het is belangrijk om die te accepteren en zo overbelasting te voorkomen.
Vooral in drukke tijden is het belangrijk om voor jezelf te zorgen.
Regelmatig ontspannen door bijvoorbeeld een wandeling te maken of zomaar iets leuks te doen.
En het belangrijkste daarbij is… rationeel denken. Geen eisen stellen, maar vanuit acceptatie en hoop leven.
,Ik hoop dat het gezellig wordt. Maar als dat niet (helemaal) zo is, dan is dat jammer, maar geen ramp.” Wie zo denkt, ervaart minder stress.
Ik kan me voorstellen dat eeuwen geleden bij Jozef en Maria de spanning opliep toen ze aan het zoeken waren naar een plaats om te overnachten. De gebeurtenissen aan de vooravond van het keerpunt in de geschiedenis waren allebehalve ‘gezellig’.
Het is goed om Kerst in het juiste perspectief te zien en onze eigen spanningen te relativeren.

Advertisements

1 Response to Artikelen

  1. juliette says:

    wat een mooie waardevolle teksten

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s